Waarom TegelStore?

» 100% fabrieksgarantie
» Gratis levering bij bestelling
    vanaf € 2000,-

» Alle prijzen zijn incl. BTW
» Betaling na levering mogelijk
» Alleen A-kwaliteit en 
   1ste keus tegels


Afwerkingen

Afwerking oppervlak

De meeste stenen kunnen op verschillende manieren glanzend, dof of ruw worden afgewerkt. Hier enkele veel gebruikte afwerkingen:

  • Glanzend: gezoet, gepolijst
  • Dof: gezaagd, geschuurd, oud gemaakt
  • Ruw: gefrijnd, gestraald, gebouchardeerd, gevlamd, splijtoppervlak

Bij een toename van de glansgraad worden de kleuren in het algemeen intenser en donkerder. Ook worden tintverschillen, aderingen, fossielen, e.d. duidelijker zichtbaar; de steen gaat meer 'leven'. Andersom geldt dat naarmate de ruwheid toeneemt, de kleuren fletser en de tintverschillen minder zichtbaar worden. Het effect van dezelfde bewerking pakt bij de verschillende steensoorten anders uit.


Advies op maat
Niet elke natuursteen kan van alle mogelijke afwerkingen worden voorzien. Soms is het gewoon niet mooi, is het effect niet blijvend of is een bepaalde afwerking moeilijk leverbaar. Verder moet de afwerking van het oppervlak worden afgestemd op de toepassing, de gebruiksintensiteit, de vuilbelasting en het onderhoud.


Glanzend

Een natuurlijke glans
Met schuur- en polijstschijven kan natuursteen zo glad worden bewerkt dat het gaat glanzen. Er zijn verschillende gradaties in glans mogelijk, zoals een matglans (gezoet) of hoogglans (gepolijst). Elke natuursteen reflecteert licht net even anders, wat bij draagt aan het bijzondere karakter van dit natuurproduct. Bijvoorbeeld fossielen, aders, haarscheurtjes en een variatie in porositeit zorgen voor verschillen in lichtreflectie.

Gezoet (matglans)
Zoeten is de laatste fase van het schuurproces en geeft een matglans. Afhankelijk van de schuurschijf zijn er verschillende gradaties in glans mogelijk. Een geringe glans wordt 'licht gezoet' genoemd en een matglans 'gezoet' en een bijna hoogglans 'donker gezoet'.

Gepolijst (hoogglans)
Na het zoeten kan met een polijstschijf of een polijstvilt (met polijstpoeder of -pasta) hoogglans worden aangebracht. De glansgraad wordt niet door schuren verhoogd: een polijstschijf is vaak zachter dan de steen. Naar men aanneemt is de polijstlaag een uiterst dun, amorf laagje ('Beilby layer') gevormd door een lokale verhitting of een chemische reactie.


Dof

Opvallend ingetogen
Zelfs dof afgewerkt blijft natuursteen een opvallende verschijning. Kleuren en structuren zijn nog subtiel zichtbaar en het materiaal toont heel ‘puur’.

Gezaagd
Het zagen van een plaat of tegel laat sporen achter op het steenoppervlak. Een raamzaag, waarbij het zaagblad horizontaal heen en weer beweegt, laat parallelle rillen achter. Terwijl een cirkelzaag cirkelvormige slagen in het steenoppervlak te zien geeft. Rillen en slagen zijn in het algemeen bij harde steensoorten zoals graniet beter zichtbaar dan bij zachtere steensoorten zoals kalksteen.

Geschuurd (geslepen)
Sporen van het zagen worden bij het schuren grotendeels verwijderd. Men begint met een grofkorrelige schuurschijf die meermalen wordt ingewisseld door een fijnere. De fijnere schijf slijt telkens de krassen weg van de voorgaande 'schuurronde'. Vooral bij het grof schuren zijn deze krassen goed zichtbaar. Een fijn geschuurd oppervlak wordt ook wel aangeduid als een geslepen oppervlak.

Oud gemaakt (antico, getrommeld, enz.)
Natuursteen wordt na tientallen jaren mooi oud. Dit effect kan ook bij nieuwe toepassingen op een mooie manier worden nagebootst. Dat wordt vooral bij marmers en kalkstenen gedaan, maar kan ook bij andere steensoorten. Er zijn verschillende bewerkingen:
Door een zuur op het oppervlak te laten inwerken. Dit kan alleen bij kalkhoudende steensoorten. Het zuur vreet eerst de meest poreuze delen aan, waardoor insluitingen en aders worden benadrukt. Naast 'oud gemaakt' zijn er nog vele aanduidingen voor deze oppervlaktebewerking in omloop, zoals: antiek gemaakt, gezuurd, antico of anticato.
Door de tegels te 'trommelen'. In een draaiende trommel buitelen de tegels over elkaar, met een versnelde slijtage tot gevolg. Hierbij slijten de tegelranden rond af. Naast 'oud gemaakt' worden tegels met deze bewerking ook wel genoemd: antiek gemaakt of getrommeld.


Ruw

 
Puur natuur
In de natuur komt natuursteen met een ruwe afwerking het meest voor. Het geeft een toepassing dan ook een echte ‘puur natuur’ uitstraling. Lees hier meer over de afwerkingen:

  • Gestraald
  • Gefrijnd
  • Gebouchardeerd (geprikt)
  • Gevlamd (gebrand)
  • Splijtoppervlak (breukoppervlak)


Gestraald


Door het stralen ontstaat een schuurpapierachtig uiterlijk. Het oppervlak wordt door mineralen (bijvoorbeeld olivijn) met een hoge snelheid 'gebombardeerd'. Metalen deeltjes wordt ontraden: er kunnen dan ijzerdeeltjes in het oppervlak van de steen blijven zitten, die later gaan roesten en verkleuringen veroorzaken.



Gefrijnd

Frijnen geeft een beeld van rechte evenwijdige lijnen. Bij frijnen met de hand wordt de steen met hamer en beitel behakt. Bij machinaal frijnen wordt het oppervlak gefreesd, wat een minder levendig geeft dan bij handmatig frijnen. Er bestaan vele bewerkingen die van frijnen zijn afgeleid, ieder met een eigen uiterlijk.



Gebouchardeerd (geprikt)

Boucharderen geeft een beeld van dicht op elkaar geplaatste putjes. Bij handmatige bewerking wordt de steen met hamer en beitel behakt. Bij machinale bewerking worden metalen punten in het oppervlak gedrukt of geslagen. Er zijn verschillende gradaties mogelijk met een fijn tot grof behakt uiterlijk. Er bestaan vele bewerkingen die van boucharderen zijn afgeleid, ieder met een eigen uiterlijk.



Gevlamd (gebrand)

Vlammen geeft een gevarieerd natuurlijk breukoppervlak. De steen wordt met hete vlam verhit en dan snel afgekoeld met water. Daardoor springen er deeltjes weg van het steenoppervlak. Het uiterlijk van het breukoppervlak is afhankelijk van de steensoort en werkwijze bij het vlammen. Het heeft veel overeenkomsten met het splijtoppervlak van leisteen of kwartsiet.



Splijtoppervlak (breukoppervlak)

Tijdens de winning worden gelaagde steensoorten (leisteen of kwartsiet) in schollen van de rots gespleten. En zo nodig worden de schollen in dunnere plakken gespleten. Het splijtoppervlak heeft een natuurlijke variatie en wordt meestal niet verder bewerkt. Het uiterlijk van het splijtoppervlak is afhankelijk van de steensoort.

 

 Terug